Ik laat de klimaatramp zien die zich nu voltrekt op de meest onherbergzame plekken op aarde’

Hieronder een deel uit een uitgebreid interview met Notenboom met redacteur Els Quaegebeur van Vrij Nederland in april 2015 ( https://www.vn.nl/ik-ga-om-afscheid-te-nemen/toen Notenboom net was afgezet bij een wetenschappelijk station op de achtentachtigste breedtegraad, in het Noordpoolgebied.

2 april was de eerste dag van haar Arctic March, een hachelijke expeditie van achthonderd kilometer van de Noordpool naar Cape Discovery in Canada, over het bevroren Arctische zeewater. Notenboom en haar twee teamgenoten (een Brit en een Australiër) hebben vijftig dagen de tijd voor het ijs te dun wordt. De gemiddelde temperatuur is min vijfendertig. Ze zullen zo’n zesduizend calorieën per dag verbranden, mede omdat ze twee keer hun lichaamsgewicht aan spullen met zich meesjouwen op een slee, vastgebonden aan hun middel.

Materie werkt vertragend

De Arctic March wordt door kenners beschouwd als de zwaarste expeditie ter wereld. Tien keer zo zwaar als het beklimmen van de Mount Everest, volgens de beroemde Italiaanse bergbeklimmer en poolreiziger Reinhold Messner. Ze gaat niet alleen op uitzonderlijke expedities voor de kick, voor de overwinning op zichzelf en voor het avontuur. Haar onderliggende drijfveer is altijd om de gevolgen van klimaatverandering een gezicht te geven. Nu is klimaatverandering sowieso een lastig te verkopen verhaal aan de gemiddelde leek. Wil je aan de bar van een opdringerig type af, dan hoef je het woord CO2-uitstoot maar te laten vallen en daar gaat-ie: ‘Even naar de wc.’ Dat is uiteraard niet alleen in Nederland het geval. De waarschuwingen van het Intergovernmental Panel on Climate Change zijn overal een ongemakkelijk gespreksonderwerp.

Bestaan er geen redelijke sceptici die vragen oproepen waar andere wetenschappers iets aan kunnen hebben? ‘Jawel. Enige twijfel over het tijdsbestek is bijvoorbeeld wel op zijn plaats. Mensen aan wat ik dan de goede kant noem, komen nogal eens met stellige waarschuwingen als: “In 2030 is al het ijs weg.” Daarmee moeten we oppassen. Het vraagt om nuancering. Voor Klimaatjagers heb ik honderdvijftig wetenschappers geïnterviewd. Die zeggen niet allemaal hetzelfde. Ik vind het gezond als een wetenschapper durft te zeggen dat hij of zij iets niet weet of dat een fenomeen meer onderzoek vergt. Maar er is een verschil in wat voorzichtiger zijn in je uitspraken en full force ontkennen. Dat kan echt niet meer. Natuurlijk, het klimaat kan veranderen zonder dat het CO2-gehalte in de atmosfeer verandert, maar andersom geldt dat niet: als je het CO2-gehalte in de atmosfeer verandert, morrel je ook aan het klimaat. Ook al is de wereld in onze tijd veel koeler dan in de millennia waarin het steenkool werd gevormd, toch lijkt het er sterk op dat de mens bezig is zijn eigen geologische verschuiving te veroorzaken. En dan niet in duizenden of miljoenen jaren, maar in eeuwen of zelfs decennia. Het is ridicuul om te denken dat je de lucht vol zwavel, methaan en CO2 kunt pompen, de zeeën kunt leegvissen en de bossen kunt kappen zonder gevolgen.’

Notenboom heeft het vaak over ‘klimaatgerechtigheid’. Zij weigert het smelten van de polen te accepteren. Haar boodschap verpakt ze in avontuur, met de hoop dat hij dan beter blijft hangen. Haar site opent met de zin: ‘Climate change is soon coming to a town near you’. Op de Noordpool gaat ze een non-fictie speelfilm maken. Zij en haar en teamgenoten hebben een hoofdrol, maar het verhaal is groter. Het gaat over de exploratie van poolreizigers van 1850 – toen de eerste waaghalzen op pad gingen naar de negentigste breedtegraad – tot nu. Het script leunt op het boek van een Amerikaanse poolreiziger Elisha Kent Kane over John Franklin, de Britse poolheld die in 1847 verdween tijdens een expeditie. In die tijd was de Noordpool alleen in augustus twee weken ijsvrij. Tegenwoordig is dat maanden het geval. Ze gaat ook Canadezen interviewen die in de jaren tachtig van Rusland via de Noordpool naar Alaska zijn getrokken. Dat is nu, dertig jaar later, niet meer te doen door gebrek aan ijs.

Hoeveel risico loopt u? ‘Heel veel. Het is levensgevaarlijk, eigenlijk de hele tijd. Het grote gevaar van een Noord­poolexpeditie is dat je denkt dat het ijs begaanbaar is en het toch halverwege openscheurt. Mijn nachtmerriescenario is dat het ijs onder mijn tent barst, midden in de nacht en dat we in onze slaapzakjes verdwijnen in de abyssaal van de Arctische Oceaan. Dat kan gebeuren.’

Ik kan alleen maar denken: ijsberen. ‘Die gaan we tegenkomen. We hebben een geweer bij ons. Nee, ik kan niet schieten, maar ik heb wel de meeste ervaring met beren. Thuis in Canada zie ik elke dag Grizzly’s. Maar goed, ijsberen zijn van een andere orde. Ze hebben geen natuurlijke vijand. Het zijn nieuwsgierige dieren. De meeste zullen alleen even willen kijken wie we zijn.’

Nomadisch gen
Vier jaar geleden had het weinig gescheeld of Notenboom was er niet meer geweest. Tijdens een expeditie naar de Mount Everest werd ze samen met haar toenmalige vriend, de Oosten­rijkse berggids Walter Laserer, overvallen door een lawine. Ze belandden ondersteboven in een gletsjerspleet op ongeveer zesduizend meter hoogte. Op wilskracht, vinding­rijkheid en uiteindelijk met behulp van een Indiase legergroep wisten ze zich om te draaien en omhoog te klimmen, op het randje van de laatste fasen van onderkoeling. Het staat allemaal in haar boek Tegenpolen, waarin Notenboom onder andere beschrijft hoe lastig het is om verliefd te zijn als het maken van extreme expedities je vak is. De relatie met Laserer is inmiddels voorbij. Notenboom reist nu in gezelschap van twee goede vrienden met wie ze vaker in een tent heeft gelegen op bizarre plekken.

Was u aanvankelijk niet van plan er een women only expeditie van te maken? ‘Jawel, maar toen ik er beter over ging nadenken, leek het me toch onverstandig. Het is gecompliceerd, alleen met vrouwen zo’n extreme reis maken. Fysiek en psychologisch. Vrouwen hebben meer moeite met kou. Ze willen het liefst altijd consensus bereiken. Dat is lastig als je snel beslissingen moet nemen. We hebben geen tijd voor geneuzel over welke smaak soep we gaan opwarmen. We moeten zo efficiënt mogelijk zijn. Het spijt me om het te moeten zeggen, maar dan kun je er toch beter een man bij hebben.’

Waarin zijn mannen irritant op zo’n expeditie? ‘De meeste mannelijke poolreizigers zijn narcistische egotrippers. Die wilde ik er ook pertinent niet bij hebben. Ik heb gezocht naar kerels die hun ego bij de helikopter kunnen achterlaten in het belang van ons doel: behoud van het zee-ijs. Martin en Eric kunnen dat. En ze hebben een waanzinnig gevoel voor humor. Dat kun je wel gebruiken op de Noordpool.’

Bent u heel mannelijk op zo’n tocht?  ‘Ja. Zeker. Maar ik ben wel van plan om ’s avonds in de tent de diepte in te gaan. Gevoelsmatig dan. De meeste poolfilms gaat over het afzien. Ik wil ook de emoties laten zien.’

U bent heel emotioneel over ijs. Als u het ziet, wordt u meteen gelukkig, zegt u vaak. Nu gaat u een reis maken om te laten zien hoe slecht het ermee is gesteld. ‘Dat is pijnlijk. Ik ga ook om afscheid te nemen. Ik denk niet dat ik ooit nog op de Noordpool kom. Niet alleen uit weerzin tegen nog eens die financieringsrompslomp, maar ik heb ook van de bevoorrader gehoord dat ze ermee gaan stoppen. Het wordt te gevaarlijk om op het zee-ijs te landen.’

Maakt dat u niet moedeloos? Heeft u enig vertrouwen dat we het tij van klimaatsverandering kunnen keren? ‘Weinig, heel weinig. Vijf voor twaalf is long gone. Het deprimerende is dat de grootste vervuilers de olie- en gasbedrijven zijn. Hun primaire doel is de aandeelhouders tevreden houden. Reken er maar op dat Shell de laatste druppel olie uit de aarde zal persen. Toch mogen we de hoop niet verliezen dat we wakker worden en de boel nog omdraaien. Er zijn duurzame geotechnische oplossingen waar ik in geloof, zoals het witverven van het asfalt. Op die manier kunnen we ons actief gaan bemoeien met de thermostaat van de planeet en niet meer wachten tot de bewoners van de aarde hun gedrag veranderen. Hoewel daar toch ook beweging in zit. Je kunt in Amerika de eerstkomende tien jaar nauwelijks aan een Tesla komen: allemaal uitverkocht. Jongeren zijn wereldwijd goed bezig met groene daken, stadstuinieren, spullen delen in plaats van kopen. Mijn hoop is dat daar een significant mass ontstaat.’

Verandert zo’n zware reis u? ‘Ja, en dat kan ook niet anders. Zo’n expeditie is zo zwaar dat het een steuntje in je rug is voor de rest van je leven. Het geeft moed, steun, kracht en hoop. Vier belangrijke pijlers om je door wat dan ook heen te slaan. Het is te gek voor woorden dat ik straks twee keer mijn lichaamsgewicht over een ijsberg ga trekken. Ik kan het me nu niet voorstellen, maar ik kan het wel. De fysieke kracht en de wilskracht geven me het gevoel dat ik echt leef. Het overleven alsof je een dier bent, is ook zinvol. Het enige waaraan je denkt op de tocht is: heb ik genoeg te eten, te drinken, ben ik veilig en ben ik warm. Het is bijzonder om een keer zo elementair te zijn.’